De vraag "Waarom wordt een menstruerende vrouw als onrein gezien en mag zij niet bidden?" gaat vaak uit van een onjuiste vooronderstelling. Want in de islam wordt een menstruerende vrouw niet als onrein, vervloekt of onaanraakbaar beschouwd. Deze periode is uitsluitend een tijd van juridische vrijstelling voor bepaalde vormen van aanbidding.
De DuaMio Wisdom-benadering doet hier het volgende: eerst wordt het religieuze oordeel verhelderd, vervolgens wordt de context getoond, en daarna wordt de wijsheid vertaald naar de taal die de hedendaagse mens verstaat.
Kort antwoord: geen onreinheid, maar vrijstelling
In de islam worden het lichaam van een menstruerende vrouw, haar hand, haar zweet, de voorwerpen die zij aanraakt, het voedsel dat zij bereidt en het water dat overblijft in de beker waaruit zij drinkt, niet als onrein beschouwd. De vrouw wordt niet uit de samenleving verstoten. Zo heeft de Profeet (vrede zij met hem) eens tegen Aboe Hoerayra gezegd:
"Een gelovige wordt niet onrein."
- Al-Boechari, Ghoesl 23; Moeslim, Hayd 115 (Moettafeqoen alayh, sahih)
Deze hadith benadrukt dat de gelovige in wezen rein is; de staat van menstruatie heft deze reinheid niet op. In de fiqh is menstruatie uitsluitend een juridische toestand (hadath) die de voorwaarde van tahara (de rituele reinheid vereist voor aanbidding) beïnvloedt; het is geen onreinheid (najasa) die in het lichaam van de vrouw doordringt.
De juridische laag: geen gebed, vasten wordt later ingehaald
Tijdens de menstruatie is de vrouw niet verplicht tot het gebed en vast zij niet. Het vasten wordt later ingehaald; de gebeden echter niet. De volgende uitspraak van Aïsha (moge Allah tevreden met haar zijn) verduidelijkt dit onderscheid:
"In de tijd van de Boodschapper van Allah werd ons, wanneer wij onze menstruatie hadden gehad, opgedragen het vasten in te halen, maar niet opgedragen de gebeden in te halen."
- Al-Boechari, Hayd 20; Moeslim, Hayd 69 (Moettafeqoen alayh, sahih)
Dit oordeel is er niet om de vrouw een tekortkoming op te leggen, maar om haar te beschermen tegen zwaarte. Omdat het vasten slechts op bepaalde dagen van het jaar plaatsvindt, kan het later worden ingehaald; maar het inhalen van talrijke dagelijkse gebeden elke maand zou een grote last zijn.
Al-Baqara 222: menstruatie is een "ongemak"
De Koran omschrijft de staat van menstruatie niet als iets minderwaardigs, maar als een lichamelijk ongemak dat de vrouw ervaart:
"En zij vragen jou naar de menstruatie. Zeg: 'Die is een ongemak. Onthoudt jullie dus tijdens de menstruatie van de vrouwen en benadert haar niet totdat zij rein zijn. Wanneer zij zich dan gereinigd hebben, benadert haar dan zoals God jullie geboden heeft. God bemint hen die berouwvol zijn en Hij bemint hen die zich reinigen.'"
- Uit Soera Al-Baqara, vers 222 (vertaling: Fred Leemhuis)
Het vers omschrijft de menstruatieperiode als een "ongemak" (eza) - dat wil zeggen een toestand van last en ongerief - het vernedert de vrouw niet, maar erkent het lichamelijke ongemak dat zij doorstaat. Deze periode kan bloedverlies, pijn, hormonale schommelingen, vermoeidheid en psychische gevoeligheid met zich meebrengen. De islam geeft de vrouw in deze periode vrijstelling van vormen van aanbidding die lichamelijke discipline vereisen, zoals het gebed en het vasten. Dit is geen straf, maar een genade.
De contextuele laag: de islam schafte het isoleren van de vrouw af
Zoals overgeleverd is als aanleiding voor de openbaring van Al-Baqara 222, vroegen de metgezellen naar de gewoonte van de joden van Medina om de vrouw tijdens de menstruatie te isoleren; de Profeet (vrede zij met hem) verklaarde dat het gewone leven, met uitzondering van intieme omgang, gewoon kon doorgaan (Moeslim, Hayd 16; Aboe Dawoed, Tahara 102). Op deze wijze werd de vrouw niet als "onrein" beschouwd en verstoten; men at en dronk met haar en verbleef in hetzelfde huis.
De houding van de Profeet blijkt ook uit concrete voorbeelden. Aïsha (moge Allah tevreden met haar zijn) verhaalt: wanneer zij menstrueerde, dronk zij uit een beker, en vervolgens nam de Profeet (vrede zij met hem) diezelfde beker en dronk vanaf de plek waar haar lippen hem hadden geraakt (Moeslim, Hayd 14; An-Nasa'i, Tahara 176). Eveneens leunde zij tijdens haar menstruatie tegen zijn knie, terwijl hij naast haar de Koran reciteerde (Al-Boechari, Hayd 3; Moeslim, Hayd 15). Deze twee taferelen zijn krachtige voorbeelden die door beleving aantonen dat het lichaam van de vrouw en de omgeving waarin zij zich bevond niet als onrein werden beschouwd.
De laag van wijsheid: geen verwijdering van aanbidding, maar rust
De vrijstelling van gebed en vasten tijdens de menstruatie is geen ontbering. God kent het lichaam en de psyche van de vrouw; Hij dwingt haar in deze periode niet. Men kan dit beschouwen als een soort "toestemming": de vrouw haalt haar vasten later in, maar wordt zelfs niet gevraagd haar gebeden in te halen. Dit is een volkomen verlichting.
Het islamitische beginsel van "verlichting in het geloof" komt hier duidelijk tot uiting. Terwijl de vrouw elke maand dezelfde last doorstaat, kent God haar in deze periode een ruimte van rust toe.
De spirituele band wordt niet verbroken
Ook al bidt en vast de vrouw niet tijdens de menstruatie, haar band met God wordt niet verbroken. Zij kan in deze periode dua doen, dhikr verrichten, salawat opzeggen, tafsir lezen en de kalima at-tawhid uitspreken.
Het geloof laat de vrouw dus niet buiten de deur staan. Het schort slechts die vormen van aanbidding op die het lichaam belasten; de deur van het hart, van het gebed en van de dhikr blijft geopend.
De madhhabs en details van de aanbidding
De klassieke fiqh is het in alle vier de madhhabs eens over één grondbeginsel: een menstruerende vrouw bidt niet, vast niet (en haalt dit later in) en verricht geen tawaf om de Ka'ba; haar lichaam is niet onrein, de kwestie draait om de discipline van tahara en het respect voor de plaats van aanbidding. In de details bestaat wel verschil. Wat betreft het aanraken van de moeshaf en het reciteren van de Koran zijn de hanafitische, sjafi'itische en hanbalitische lijnen doorgaans behoedzamer, terwijl er in de malikitische lijn met name in situaties van onderwijs en instructie ruimere opvattingen bestaan.
Deze verschillen veranderen niets aan het volgende grondbeginsel: de persoon van de vrouw is niet onrein. In juridische bewoordingen: het gaat om een juridische toestand (hadath), niet om een onreinheid (najasa) die in haar lichaam doordringt.
Ook de soefische en kalam-benadering ondersteunen hetzelfde punt: de werkelijke onreinheid is het vuil van hoogmoed, wrok en zonde in het hart. Menstruatie is een natuurlijke toestand van het lichaam; zij sluit de wending van de ziel tot God, noch de deur van gebed en dhikr.
Barmhartigheid jegens de menselijke natuur
De menstruatieperiode is lichamelijk gezien een "ongemak" - dat is het woord dat de Koran zelf gebruikt. Bloedverlies, pijn, hormonale schommelingen en vermoeidheid herhalen zich elke maand. De islam positioneert deze periode niet als een tekortkoming die aan de vrouw wordt opgelegd, maar als een rustruimte die God haar, wetende van haar natuurlijke gesteldheid, heeft geschonken. Dat de gebeden niet ingehaald hoeven te worden, dat het vasten kan worden uitgesteld, en dat het hart en de tong open blijven voor God - deze elementen vormen samen het kader van deze barmhartigheid.
Samenvatting
In de islam wordt een menstruerende vrouw niet als onrein beschouwd. De menstruatie vermindert haar waarde niet en sluit haar niet uit van het sociale leven; zij brengt slechts, vanwege de voorwaarde van tahara, een vrijstelling met zich mee bij bepaalde vormen van aanbidding. Dat de gebeden niet ingehaald hoeven te worden, dat het vasten later wordt ingehaald en dat de spirituele wegen geopend blijven, toont aan dat dit oordeel geen straf is, maar een genade.
De vraag is niet: "Waarom beschouwt de islam een menstruerende vrouw als 'onrein' en sluit haar uit?"
De werkelijke vraag is:
"Is het opheffen van de last van de aanbidding gedurende een periode een uitsluiting, of een barmhartigheid jegens de menselijke natuur?"
DuaMio Wijsheid Serie
Verwonder. Begrijp. Beleef.
Beeldnoot: De afbeeldingen in dit artikel zijn licentievrije stockafbeeldingen die bij het onderwerp passen. Bron en licentie staan bij elke afbeelding vermeld.
Inhoudsnotitie: Dit artikel is met AI-ondersteuning samengesteld op basis van betrouwbare bronnen; Koranverzen zijn letterlijk overgenomen uit de goedgekeurde vertaling (Sofian S. Siregar voor het Nederlands), en het artikel is vóór publicatie redactioneel en op religieuze gevoeligheid gecontroleerd.



